PROTESTANTSE GEMEENTE
LANGEDIJK-NOORD.
Logo Protestantse Kerk in Nederland 
 
 
Allemanskerk gesch. - Allemanskerk beziensw. - Kerken N. Scharwoude - Onze Kerk 100 - School en Kerk - Ouderenzorg
Bejaardenzorg Buiten Zorg

Over oud en arm, vroeger en nu

Vóór de zogeheten 'welvaartsstaat' van onze dagen een feit was, probeerde iederéén wat geld opzij te leggen voor de onvermijdelijk komende oude dag. Een bekend middel daartoe was, dat men de gemeente een zeker geldbedrag leende, waarover men na het bereiken van een zekere leeftijd periodiek een uitkering kreeg zolang men leefde. In de oude kasboeken komt de uitdrukking: betaalt een jaar rente 'aan die en die' over de somma van f1000,- staande ten lijve van 'zus en zo' geregeld voor.

Maar niet iedereen kon zich wapenen tegen de ouderdom. Er waren altijd ingezetenen, die op hun oude dag geen luis hadden om dood te doen' en die kwamen ten laste van de diaconie. Deze beschikte over een armen-huis, waarin de behoeftigen (ook wel weeskinderen) werden ... nu ja, verzorgd is een te groot woord. Maar zij hadden in ieder geval een dak boven het hoofd en kregen zo ongeveer voldoende te eten. Waarvoor dan door de ondersteunde gewerkt moest worden, zolang hij of zij dat tenminste kon.

In deze situatie kwam enige verandering rond 1900. Men begon te beseffen, dat de situatie in de armenhuizen niet meer getolereerd kon worden en dat de uitbesteding der behoeftigen bij gezinnen tegen een vergoeding van f80,- tot f100,- per jaar nauwelijks meer aanvaardbaar was.

In 1912 werd het voormalige polderhuis van het Geestmerambacht bij openbare verkoop tegen de prijs van f4640,- eigendom van de Nederlands Hervormde Diaconie van Oudkarspel, die het pand tot huis voor ouden van dagen bestemde. Dit eerste bejaardenhuis was gebouwd in de tweede helft van de 18e eeuw door het bestuur van het Geestmerambacht en diende als opslag en bergruimte voor de polder. Verder was er een woning voor de timmerbaas ondergebracht en één der bekendste bewoners van die woning is Cornelis Eecen geweest.

Naar het uiterlijk was het pand een stolpboerderij van een stoer formaat, gedekt met riet en (later) gedeeltelijk met pannen. Inwendig was er ook nog een koegang ingebouwd met groep- en scheidingsschotten. Toen deze boerderij de functie van bejaardenhuis kreeg, moest er binnenshuis één en ander aangepast worden. Dat was gemakkelijk gezegd, maar de diaconie zat met een tekort aan middelen en van een grondige verbouwing kon dan ook geen sprake zijn. Tussen de afscheidingsschotten 'op het stalhout'werd een bed geplaatst en de groep werd afgedekt en daarmee was het voor de mannelijke gasten gebruiksklaar. Weliswaar konden de bewoners gebruik maken van gemeenschappelijke ruimten, maar desondanks bleven de levensomstandigheden primitief.

Het huis werd bestuurd door - tekenend voor die tijd een vader en een moeder. Namen? De eerste van een lange rij was Hendrik Lijnbach en zijn vrouw Neeltje Keppel. Daarna J. Bruin geassisteerd door Grietje PaarIberg. Later kwamen de families Kanis, Borst en Apperloo. De laatsten werden opgevolgd door mejuffrouw Vader en de rij werd gesloten door mevrouw CP. Kanis-Koster. Het was inmiddels eind 1971 en de bewoners gingen over naar het inmiddels gebouwde 'nieuwe' Buitenzorg.

Maar voor het zover was, had het 'oude' Buitenzorg ook gedokterd. Zo waren er twee vleugels aangebouwd aan de noord- en zijgevels waardoor er een soort binnenplaatsje werd gevormd. Aan de westkant - de kant van de Dorpsstraat - veranderde er niet veel. Aan de zuidkant was bijvoorbeeld de tuinbank waarop de oudjes op zomerse dagen genoegelijk zaten te keuvelen en die is blijven staan tot het laatst.

Maar al had de verbouwing enig soelaas gebracht, de behuizing kon steeds minder voldoen aan de toenemende eisen, die werden gesteld. Jarenlang is er over gepraat wat er diende te gebeuren. Uit eigen middelen een nieuw gebouw neerzetten was voor de in 1964 opgerichte Stichting Buitenzorg volslagen onmogelijk, maar de vereiste toestemming tot nieuwbouw, die door de Landelijke Hervormde Bouw zou worden gerealiseerd, bleef uit tot midden 1970. Er was met deze nieuwbouw een bedrag van fl.2 miljoen gulden gemoeid, waarbij dan nog de

bouwkosten zouden komen van 22 bejaardenwoningen. De geraamde bouwkosten hielden voorts in dat de verpleegkosten voor een alleenstaande van f300,- in het 'oude' Buitenzorg in het nieuwe gebouw tot circa f800 zouden moeten worden opgetrokken.

Toen eindelijk het hele object in kannen en kruiken was gekomen, werd nu het laatste hoofdstuk gerealiseerd: de sloop van het oude polderhuis. Het is nu onvoorstelbaar, dat die oude en monumentale en nog in alleszins goede staat verkerende stolp werd gesloopt. Maar dat was een stringente voorwaarde, waaronder de nieuwbouw mogelijk werd gemaakt. Uit kortzichtigheid verdween een voorbeeld van oude, landelijke bouwkunst uit het dorpsbeeld zonder dat daar door wie dan ook tegen werd geprotesteerd.

Op het vrijkomende terrein zouden naar de verwachting van toen enige bejaardenwoningen worden gebouwd. Dat is er niet van gekomen. Het terrein ging over in particuliere handen en nu staan er een paar huizen die zich als 'villa' voordoen, maar het niet zijn. Maar al was het sluitstuk van het 'oude' Buitenzorg een miskleun van de eerste orde: ten aanzien van de bejaardenzorg was een achterhaalde situatie in een moderne zin opgelost.

Het nieuwe Buiten-Zorg vergde een lange adem

"Luid claxonerend kwamen woensdagmiddag negen auto's met de 28 bewoners van het bejaardenhuis 'Buiten-Zorg' uit Oudkarspel bij hun nieuwe home aan. Dit tehuis dat gebouwd is aan de Dr. Wilmink te ZuidScharwoude, voldoet aan de modernste eisen destijds," -aldus een krantenbericht van 1 december 1971.

Als er één man is geweest, die op die dag een zucht van verlichting heeft geslaakt, moet dat H.G. Lesterhuis zijn geweest. Want al kan niet zonder meer gezegd worden, dat de realisatie van het nieuwe tehuis zijn werk was, dat hij er een groot aandeel in heeft gehad, is buiten kijf.

De heer Lesterhuis kwam als ambtenaar ter secretarie in dienst van de gemeente Langedijk in 1955. In 1960 werd hij penningmeester van de stichting Buiten-Zorg. Hij was in die functie ondermeer belast met het uitbetalen der zakgelden aan de bewoners. Hoe gemoedelijk dat toen nog ging mag blijken uit het feit, dat zulks gebeurde waar iedereen bijzat. De leveranciers werden opgeschreven en één maal per maand deed de penningmeester de ronde om hen uit te betalen in ... contanten!

Dr. de Wit overleed op 20 oktober 1962. Dr. de Wit was de grote promotor van 'Zonoord', waarvan de bouw op 14-9-1962 werd begonnen. Hij heeft de voltooiing (officiële opening op 20-6-1964) niet meer beleefd. De herinnering aan Dr. de Wit wordt nog steeds levendig gehouden door een bescheiden monumentje voor Zonoord en een straatnaam.

Maar waar het dagelijks bestuur van een stichting niet buiten een voorzitter kan, moest in de ontstane vacature worden voorzien. En wie viel er meer in de termen dan de heer Lesterhuis? En dat had consequenties. Want bij de bouw van Zonoord had de nieuw-benoemde voorzitter kunnen aanleunen tegen het werk dat Dr. de Wit had gedaan. Maar nu het oude Buiten-Zorg door de provinciale directeur Volkshuisvesting was afgekeurd - aanpassing aan de nieuwe eisen bleek niet mogelijk - lagen de zaken er anders voor.

Het begon al met moeilijkheden: 'de Haag' zag de noodzaak van een nieuw gebouw niet direct in. Tenslotte stond in Broek een bejaardenhuis, waarin de stichting Buiten-Zorg participeerde, in 1965 was 'de Oostkant' geopend en daarvoor als gezegd Zonoord. Daarom bestond er een oprechte twijfel aan de noodzaak om nog een bejaardenhuis te realiseren. Het heeft dan ook tot 20-6-1970 geduurd eer de vereiste vergunning tot de bouw werd verkregen.

Naar buiten bleek weinig of niets van de inspanning, die het stichtingsbestuur zich moest getroosten en om de minister zover te krijgen, dat hij het groene licht gaf. Dat hij het deed is buiten de heer Lesterhuis te danken aan de toenmalige burgemeester van Langedijk, de heer Zwart. Met de vergunning in handen kon begonnen worden. De praktische bouw ging uit van de Landelijke Hervormde Bouwstichting te Utrecht, die ook voor de financiering zorg droeg.

De stichting Buiten-Zorg was geen eigenaresse van het pand, maar heeft dit in huur van de Landelijke Hervormde Bouwstichting, een regeling die beide partijen voldoet.

In het kader van de schaalvergroting is Buiten Zorg eerst samengegaan met het rk tehuis de Oostkant, daarna opgegaan in (algemene) Omnizorg en aan het einde van het eerste decennium van de 21e eeuw functioneert het onder de koepel van Magentazorg.