PROTESTANTSE GEMEENTE
LANGEDIJK-NOORD.
Logo Protestantse Kerk in Nederland  
 
 

Allemanskerk gesch. - Allemanskerk beziensw. - Kerken N. Scharwoude - Onze Kerk 100 - School en Kerk - Ouderenzorg

Onze Kerk 100

Ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van de Gereformeerde Kerk van Noord-Scharwoude en omstreken op 5 februari 1988 kwam een jubileumnummer van het kerkblad uit. Hieronder is dat stuk geschiedenis weergegeven

Voorwoord

Beste Lezer,

Voor u ligt een speciale uitgave van het blad van de gereformeerde kerk in Nrd-Scharwoude: "Onze Kerk". Het blad zelf bestaat niet meer. Het' is gefuseerd met het kerkblad van do hervormde geestmerambachtgemeenten: "Samen". We noemden het blad: "Samen kerk".

Eigenlijk is deze situatie typisch voor de gereformeerde kerk van Nrd-Scharwoude. Samen met de Hervormde Gemeente van Nrd- en ZuidScharwoude, en in toenemende mate samen met de Hervormde Gemeente van Oudkarspel, proberen we gestalte te geven aan de kerk van Jezus Christus in de wereld.

Vooral in de contacten van buiten, met andere kerken, met niet kerkelijke organisaties worden de gereformeerde kerk en de Hervormde Gemeente van Nrd- en Zuid-Scharwoude als een gezien.

Waarom dan dit blad, zult u zich misschien afvragen. Dat deden er meerderen. Moet je in een situatie, waarin je steeds nader tot elkaar komt, vieren dat je 100 Jaar bestaat?

Het is zeker niet de bedoeling, triomfantelijk 100 jaar gereformeerdendom te vieren. Aan de andere kant zou je voorbij gaan aan je eigen identiteit, wanneer je deze gebeurtenis geruisloos zou laten passeren.

Er is daarom gekozen voor het thema: terugzien, gedenken en vooruitzien. Uit dit blad (het is geen boek!) zult u daarom verhalen kunnen vernemen, die niemand meer uit eerste hand kan vertellen, een enkeling in het dorp kan die verhalen uit tweede hand vertellen, maar de meesten weten niet van de oorsprong van de gereformeerde kerk in Nrd-Scharwoude en omstreken, want we mogen niet vergeten, dat we ook spreken over de dorpen Oudkarspel, Zijdewind, 't Veld, Nieuwe- en Oude-Niedorp, Hoogwoud, Opmeer, Spanbroek en een deel van Heerhugowaard.

Maar ook zult u lezen van allerhande zaken, die ons nu nog bezig houden, zoals de vraag naar de positie van de kerk in de wereld. En ook de toekomst zult u aantreffen in dit blad, hoe gaat het nu verder met de beide gemeentes.

Ik hoop, dat u in dit blad, met genoegen, leest van een kerk, die met vallen en opstaan, geworden is, wat ze nu is, maar ook dat u leest van een kerk, die getuige probeert te zijn van onze Heer Jezus Christus, immers Hij is het centrum en de oorsprong van onze kerk.

R.S. van Dijk

Hoe het begon: Onrust in de kerk in Nederland

In 1816 werd een reglement van kracht dat de dordtse kerkorde verving. De koning kreeg grote invloed op het bestuur van de kerk. De synoden en classes werden op voordracht door de koning benoemd. De kerkeraden vulden zichzelf aan, behoudens koninklijke goedkeuring. Ook konden in Nederland een aantal mensen zich niet verenigen met de 'geest des tijds' en verenigden zich in particuliere samenkomsten, waarin gelovigen met elkaar spraken tot "oefening in het geloof en opscherping van de liefde." Dit tot groot ongenoegen van zowel de burgelijke, als de kerkelijke autoriteiten. Ook in Nrd/Zd-Scharwoude en in Oudkarspel was er wel ongenoegen met de theologie van de 19e eeuw. Een theologie, die geen houvast bood. In het Noorden van het land, in 1834 scheidden zich van de Nederlands Hervormde kerk af: Hendrik de Cock en H.P. Scholte, met de bedoeling terug te keren naar de ware gereformeerde religie uit de tijd van de republiek. De afgescheidenen werden in het begin systematisch het leven zuur gemaakt.

Echter niet alle mensen, die geen vrede hadden met de kerk, zoals die op dat moment bestond, gingen mee met de afscheiding. Bekend waren de mensen van het Reveil, bv. Groen van Prinsterer en Da Costa (de laatste schreef aan Willem de Clercq: "er is geen ongodsdienstiger land dan Nederland" (20-10-1626), maar ook schreef hij: "God wekt Nederland uit den dode op." (12-2-1831) Een aantal mensen wilden niet uit de gereformeerde kerk stappen (zo heette de hervormde kerk toen nog), sommigen met theologische motieven bv. afwijzing van de vrije kerk gedachte, anderen vanwege andere motieven. Ook hier in Nrd/Zd-Scharwoude en in Oudkarspel was er weerstand om mee te gaan met de afscheiding, zoals in Broek op Langedijk was gebeurd. Wat hier precies de motieven geweest zijn om niet met de afscheiding mee te gaan is moeilijk te achterhalen, maar een deel van de afwegingen was wel zeker, dat je niet zo maar uit de kerk kunt stappen. De kerk moest van binnen uit worden gereformeerd! Vanuit Nrd- en ZuidScharwoude en in Oudkarspel ging men daarom in Dirkshorn kerken, want daar was wel een predikant die het zuivere evangelie verkondigde.

Inmiddels was in Nrd- en Zuid-Scharwoude en In Oudkarspel een evangelist terecht gekomen van de confessionele vereniging, opdat de kerk hersteld zou worden. De eerste evangelist was dhr. Aartsen, men bouwde een evangelisatie lokaal, vaak smalend 'de foine boet' genoemd. (zie fotoblad A)

Tussen 1867 en 1879 zijn er een 3-tal evangelisten geweest, maar toen de laatste (Felix) verdwenen was brak er een moeilijke tijd aan voor het kleine groepje, 'dat vast wilde houden aan de waarheid'. Totdat in 1883 er een man verscheen, genaamd Boeijenga, verkoper van stichtelijke lektuur, en altijd in voor een goed geestelijk gesprek. De preken van deze jonge man, sloegen in in Nrd-Scharwoude en Boeijenga werd benoemd als evangelist.

Door het lezen van de Heraut en andere geschriften van Abraham Kuyper (zie fotoblad A) werd de bodem gelegd voor de doleantie in Nrd- en Zuid-Scharwoude en Oudkarspel. In 1887 (een jaar na de 'officiële' doleantie) gingen ook broeders uit Nrd-Scharwoude naar een conferentie in Amsterdam. Men voelde zich hierdoor en natuurlijk, door alles wat er op kerkelijk gebied gaande was, aangemoedigd, om ook plaatselijk over te gaan tot reformatie.

Er werd een 'Adres' gezonden aan de kerkeraad van de Nederlands Hervormde kerk van Nrd- en Zuid-Scharwoude en Oudkarspel met het verzoek "de Reformatie ter hand te nemen, het synodale juk af te schudden en weer te keeren tot de kerkenordening van Dordrecht 1618-1619." De Nederlands Hervormde kerk van Nrd- en ZuidScharwoude en Oudkarspel weigerde hierop in te gaan en er werd een oproep gedaan voor een vergadering op 9 januari 1888, met de bedoeling onder leiding van ds. van Son. over te gaan tot het kiezen van ouderlingen en diakenen.

"Eene talrijke menigte was op de been. Aan de binnen tredenden werd verzocht ten bewijze van instemming een vooraf gereed gemaakte verklaring te onderteekenen ot anders het gebouw te verlaten. De opgewondenheid der menigte werd echter zóó groot dat de Heer van Son een goed heenkomen moest zoeken. Men sloeg in het lokaal de glazen in.. vernielde de hekken en wierp die in het water, zoodat het alleen aan het flinke optreden van burgemeester Kroon te danken is, dat er geen grooter wanordelijkheden zijn voorgevallen." (N.R.C. 11-1-1888)

De vergadering werd 20 januari voortgezet onder politie bewaking, die er gekomen was na een briefwisseling tussen van Son en de Officier van Justitie in Alkmaar.

In een brief van 5 februari aan de koning (Willem III.) werd de breuk met de Nederlands Hervormde kerk van Nrd- en ZuidScharwoude en Oudkarspel definitief en werd de gereformeerde kerk van Nrd- en Zuid-Scharwoude en Oudkarspel opgericht (in kerkelijke taal: geïnstitueerd).

Er waren in de jonge kerk een paar zaken, die extra belangrijk waren: Allereerst de zorg om de leer. Dat was de reden van de doleantie (letterlijk smart hebben). De leer moest zuiver blijven. Zo komt bijvoorbeeld de vraag op: hoe vaak moet je vermanen t.a.v. het Sabbathsgebod, voordat je iemand van het avondmaal weert. Het antwoorde is kort en goed, als de zonde publiekelijk is geweest, moet daar ook een publieke uitsluiting op volgen. In gevallen waar het woord geen uitsluitsel geeft, moet het (in navolging van Kuyper in de Heraut) aan de conscieëntie (= geweten) van de individuele christen worden overgelaten. Vanuit de kerkeraad wordt opgemerkt dat de kerkeraad ook een conscieëntie heeft.

Was in het begin van de kerk de vraag naar de leer sterk, later wordt ook het leven naar de leer belangrijk. Zo stelt de kerkeraad zich de vraag in haar vergadering van 16-9-1889: mag je op zondag met paard en wagen rijden. Het antwoord luidt: nee, tenzij je een liefdedienst bewijst. Maar ook in 29-1-1891 wordt een kerkeraadslid gesignaleerd, terwijl hij aan het ballen is op het ijs. Men meent dat dit niet verenigbaar is met het ambt van diaken.

We moeten dit niet afdoen met een glimlachje, maar we moeten ons bewust zijn, dat ook in die tijd de mensen zeer serieus trachtten te leven naar het woord van God.

Ook de diaconie was een belangrijke zaak in de kerk van toen. Natuurlijk deed zich in het begin een groot probleem voor:"moet je aan mensen die steun behoeven eerst naar hun geloofsbelijdenis vragen?", en: "mogen wij ook hulp bieden buiten de kerk?" Men besluit om zich allereerst te wenden tot de behoeftigen binnen de kerk. Niet alleen werden behoeftigen rechtstreeks ondersteund, ook werden mensen ondersteund, die de zorg voor zieken op zich hadden genomen. En in 1894 besluit de diaconie, een weduwe het hulleplooien te leren. Opdat ze in haar levensonderhoud zal kunnen voorzien, besluit men een hulleplooimachine voor haar aan te schaffen.

De zorg om de jeugd was groot, eigenlijk al meteen begint men na te denken over het stichten van een christelijke school. De kinderen moesten namelijk, om christelijk onderwijs te genieten, naar de school in Broek op Langedijk.

In de notulen van die tijd lees je ook regelmatig klachten, die je ook nu hoort, bijvoorbeeld over de jeugd: ze komen niet genoeg in de kerk, ze zijn te rumoerig in de kerk. Ook wordt de jeugd vermaand. zich niet bezig te houden met spelletjes als dammen en schaken.

Ook de kerkelijke taal breekt mensen zo nu en dan op, net als nu. Voor niet zo geletterde mensen. die toch scriba moesten worden, was het soms best moeilijk zich een weg te banen door alle moeilijke kerkelijke termen. Zo werd Censura Morem: Sensure Amorum.

Al met al waren de begin jaren van de gereformeerde kerk een tijd waarin diep werd nagedacht over het woord van God, een tijd ook, waarin men zich het een en ander ontzegde om bij de kerk te horen. Ondanks alle fouten die er toen gemaakt zijn, blijft mij bij, de moed en het doorzettingsvermogen, die de eerste gereformeerden in Nrd- en Zuid-Scharwoude en Oudkarspel ten toonspreidden. om de belijdenis van Jezus Christus trouw te blijven!

R.S. van Dijk

Verdere geschiedenis

Zoals u al gelezen heeft in de inleiding van dominee van Dijk was de evangelist Boeijenga een belangrijk man in de gereformeerde kerkgeschiedenis van Nrd-Scharwoude. J. Boeijenga heeft hier 15 jaar gestaan waarvan:
- 5 jaar als Evangelist van 1883-1888
- 6 jaar als Oefenaar van 1888-1894
- 4 jaar als Dienaar des Woords van 1894-1898
Hij werd tot dominee bevestigd op 30 september 1894.
Zie alle foto's van de dominees achterin dit blad, beginnend op
(Zie fotoblad G1, fotoblad G2, fotoblad G3 en fotoblad G4.)

Verzamellijst

Toen het 'Adres' verzonden werd aan de Nederlands Hervormde kerk, werd er een verzamellijst opgesteld met de ondertekenaars. (17-51887) Zie de bijgevoegde fotocopie van de lijst en 4 foto's van ondertekenaars op het fotoblad A2.

5 februari 1888

Op deze datum ontstond de gereformeerde kerk van Nrd-Scharwoude. In de middagdienst werden door Ds. van Son 4 kinderen gedoopt, onder welke ook de oudste zoon van Ds. Boeijenga n.l. de latere Ds. A. M. Boeijenga. Zie de bijgevoegde fotocopie van de dopelingen uit het doopregister.

Vooral Ds. Boeijenga moest in deze tijd veel smaad ondervinden. Hij werd op straat nagejouwd en uitgescholden.

'We gaan doleeren" was tot een straatdeun geworden.


Uit de notulen van hervormde zijde blijkt dat de zaak hoog opgenomen wordt:

'Te Kerkeraad der Nederlands Hervormde Gemeente te Noord-Scharwoude bepaalt, dat afschrift van dit besluit (leden van Hervormde zijde die gereformeerd geworden waren, werden ontzet uit het lidmaatschap) zal gehouden worden aan elk der bezwaarden, aan het Klasjikaal bestuur van Alkmaar. aan den Minister van Staat, Minister van Binnenlandse Zaken. aan den Minister van Justitie, aan den Burgemeester van Noord-Scharwoude, aan het College van Kerkvoogden en Notabelen der Nederlands Hervormde gemeente te Noord-Scharwoude, en dat het zal worden opgenomen in het officieel orgaan der Nederlands Hervormde Kerk."

Kerk 1904

In 1904 kwam in de plaats van de 'foine boet' een kerk. De eerste steen werd gelegd door Pieter Barten. oud 4 jaar op 12 november 1904 nog in leven.. wonend Oosterstraat 58. Ook werd er een pastorie naast gebouwd. Zie fotoblad C.

De christelijke school met de Bijbel te Nrd-Scharwoude

Rond de eeuwwisseling was er nog geen christelijke school in NrdScharwoude. Aanvankelijk gingen kinderen uit Nrd-Scharwoude en Oudkarspel naar Broek op Langedijk naar de Christelijke school. Deze kinderen moesten lopend naar school, fietsen en bussen had men toen niet. Zo ontstond het verlangen naar een eigen christelijke school in Nrd-Scharwoude.

De school in Broek op Langedijk (zelfs enigszins in de moeilijkheden van dreigend ruimtegebrek) stelde zelfs op een bepaald moment aan ultimatum: een contract tekenen. dat de kinderen uit Nrd-Scharwoude en Oudkarspel de 6 jaar naar onze school sturen of meteen gaan bouwen en jullie kinderen van onze school af.

Wel het begin was er.

Onze school is geboren uit de gemeenschap van onze gereformeerde kerk. We vinden, dat in de eerste jaren van 1900 reeds een Schoolfonds door deze kerk was gevormd,. dat uit in de kerk gehouden collectes gevormd werd.

Uit een van de eerste notulen der Schoolvereniging blijkt, dat op een vergadering in 1904 (of dit, een kerkelijke vergadering was, of een andere vergadering, dat weten we niet) besloten werd, om zo mogelijk te komen tot het oprichten van een Vereniging tot Stichting en Instandhouding van een School met de Bijbel te Noord-Scharwoude.

Op 6 januari 1905 werd de eerste ledenvergadering van deze Vereniging gehouden.

Als bestuur werd gekozen: Ds. Schoonhoven (voorzitter), P. Verburg (penningmeester), A. Barten Pz, G. Barten en L. Meinema (secretaris) .

Op deze vergadering waren 29 aanwezigen, die als lid toetraden en de statuten ondertekenden, waarin in art. 7 ondermeer als grondslag der Vereniging stond:

"Haar beginsel is, dat de volksopvoeding en het volksonderwijs geheel in overeenstemming moet zijn met de door de Bijbel geopenbaarden wil van God."


De eerste onderwijzer was meteen het hoofd der school, het werd Meester v.d. Kooi. Toen nog een tweede leerkracht. Dit vlotte aanvankelijk niet zo goed. Maar dit was geen overwegend bezwaar, want mevr. v.d. Kooi had ook onderwijsbevoegdheid en kon meteen naast haar man in functie treden. Dit duurde tot mei 1909, toen mevr. De Boer kwam.

1 januari 1909 werd onze school officieel geopend.

Zie fotoblad D voor foto van ca. 1930.

Namen: Achterste rij: Gerrit Barten Klaske Wijnstra, Harm
Kramer Czn, Piet Kramer Pzn Freek v.d. Meij, Klaas

Wijnstra, Jaap Ootjers Azn, Adriaan Kramer. Kees Gutter
Tweede rij: Maartje Ootjers, Geertje Swager, Trijntje
Ootjers, Grietje Zwier, Maartje Barten, Geertje
Ootjers, Juffrouw Lindhout, Annie Gutter Bd, Annie
Rustenburg (daarachter:) Klaas Ootjers, Harm Kramer Pzn
Zittend: Annie Gutter Jd, Meester Schuil, Maartje
Zwier, Zwaantje Struiksma, Nellie Kramer, Alie
Rustenburg
Op de grond: Frans Gutter, Dirk Barten Kzn, Dirk Barten
Pzn, Joop Gutter

Verenigingsleven

Gereformeerden onderscheiden zich vaak door een sterk verenigingsleven, dit was ook het geval in Nrd-Scharwoude. De oudste vereniging was de jongelingsvereniging "Timotheus". Zij bestonden al voor het ontstaan van de gereformeerde kerk. Dan was er ook nog de knapenvereniging "Samuel". De vrouwelijke tegenhanger hiervan was de kleine meisjesvereniging te t Mosterdzaadje" voor meisjes vanaf 12 jaar.

Was je 16 dan kon je naar de grote meisjesvereniging "Wees een zegen".

De J.V. was een enorme leerschool en training voor leidende functies op kerkelijk, maatschappelijk en politiek terrein, geen wonder dat de getrouwde oud-J.V.ers behoefte kregen hier nog eens dieper op door te gaan en een mannenvereniging op te richten.

Dit gebeurde op 21-11-1935. Voorzitter (bij gebrek aan
predikant?) R. Schuil, secretaris J. Jong Jr.

Een lang leven heeft de mannenvereniging niet gehad want ongeveer 20 jaar later was ze al opgeheven. De jonggehuwde mannen van na de oorlog bleken er minder behoefte aan te hebben, anderen zaten zo vol met andere zaken dat er geen tijd meer voor was.

Volhardender zijn de Gereformeerde vrouwen in hun vereniging. Deze is opgericht in oktober 1931 (4 jaar voor de mannen dus!) Oprichters zijn de dames Slot-Gootjes, Pool, Schuil en Lindhout. De vereniging bestaat nog steeds en vergadert trouw 1x per 3 weken waar een onderwerp (bijbels of algemeen) wordt behandeld. Ook wordt er door de leden regelmatig zieken en bejaarden bezocht.
Zie fotoblad D voor een foto van de knapenvereniging Samuel uit 1926.

Zie fotoblad E voor een foto van de jongelingsvereniging Timotheus uit 1929.

Zie fotoblad E voor een foto van de meisjes catechisatie onder leiding van dominee Hoek van ca. 1920.

Kwestie Geelkerken

In 1926 vond de eerste kerkscheuring plaats in de Gereformeerde kerken. Ds. Geelkerken uit Amsterdam zette vraagtekens bij het werkelijk gebeuren van de slang in het paradijs en van de ezel van Bileam, de synode stond op het standpunt dat die wel zo was.

Dit leidde tot vertrek van een aantal predikanten met veel van hun gemeenteleden.

Hier in Nrd-Scharwoude stond toen ds. J. Gillebaard als een jonge predikant (25). Men heeft in de kerkeraad toen wel gevreesd dat hun dominee mee zou gaan, ook omdat hij goed bevriend was met ds. J.J. Buskus, die in Oosterend (Texel) stond en wel is meegegaan. Ds. Gillebaard bleef onze kerk trouw en de kerkeraad haalde opgelucht adem.

Men zei:"Gelukkig hebben we hem mogen behouden".

De kerk in oorlogstijd

Wie meent dat verzet tegen de bezetter in 1940/1945 in de kerk een vanzelfsprekend iets was vergist zich danig.

Ook in Nrd-Scharwoude waren aanvankelijk velen ook en vooral onder voormannen van mening dat op grond van Romeinen 13 gehoorzaamheid geboden was!

Dit heeft nog vrij lang doorgewerkt en toen landelijk de L.O.L.K.P. al gestalte kreeg en de eerste onderduikers ook bij ons al waren ondergebracht, debatteerde men op de mannenvereniging en ook in de kerkeraad nog over het al of niet geoorloofde van verzet en ongehoorzaamheid; er waren personen die Hitler en zijn horde als de wettige overheid bleven zien die men diende te gehoorzamen!

De zangvereniging "Soli Deo Gloria" beet hier het spit af door te weigeren lid te worden van de Kultuurkamer (onder Nazi-leiding). Men zette zichzelf op non-actief, opgevend dat men was geliquideerd (een noodleugen!).

Toen al duidelijker werd, wat men met de Joden voorhad en toen onze eigen jongens voor de keus stonden: naar Duitsland of onderduiken sloeg de balans ten goede om, maar bij sommigen niet van harte.

Onze J.V.-leden hadden de orders al veel eerder ontvangen, en wel op Hemelvaart 2 mei 1940, 8 dagen voor de 10e mei!, toen de moffen ons overrompelden.

Op de J.V.-Bondsdag Hemelvaartsdag 1940 sprak Dr. H. Colijn deze woorden:

"Wanneer het zo doorgaat als het zich nu laat aanzien, wat God verhoede, dan is er voor kleine landen in Europa geen plaats meer!"

Hij vervolgde zichtbaar en hoorbaar bewogen:

"Jongelui, wanneer er straks een tijd komt dat er iets van je gevraagd wordt wat je voor God en je geweten niet kunt verantwoorden, zul je dan néén zeggen?"

Nou, ze hebben neen gezegd, eerst aarzelend, de voorlopers, later aan massa!

In de loop van 1942-1943 waren velen uit onze kerk elders ondergedoken, begaven anderen zich in het verzet om het aanbod van onderduikers van elders op te vangen en onder te brengen in onze gezinnen.

Na korte tijd was dit zo gewoon geworden dat veel van die jongens normaal naar de kerk gingen.

Dat zij zonder verdere nieuwsgierige vragen werden opgenomen in de gemeenschap der kerk, alsof ze er al jaren bijhoorden, is typerend voor die tijd. Horen, zien en zwijgen!

In de pastorie zat altijd iemand op de uitkijk, die op een knopje kon drukken, indien de Duitsers er aan kwamen. Er ging dan een lichtje bij de koster in de kerk branden, zodat hij de mensen kon gaan waarschuwen. Achter de zalen zat een dubbele wand, waarachter zij zich konden verstoppen.

Even terug naar 1942, om precies te zijn naar 26 juni van dat jaar.

Onze predikant ds. P.J. Richel promoveerde tot "Doctor in de Godgeleerdheid" en verdedigde toen in het openbaar zijn proefschrift. Nu zult u zeggen: "Dat is toch niet zoiets bijzonders!" Ja dat was het voor Nrd-Scharwoude wel, want meerdere van zijn voorgangers waren ook gepromoveerd, maar nog nooit was dat gebeurd, terwijl ze nog in Nrd-Scharwoude in hun eerste gemeente stonden. Toen dan ook deze gebeurtenis plaatsvond, was er een grote supportersschare van gemeenteleden aanwezig in het gebouw van de Maatschappij voor den werkenden stand te Amsterdam. (zie fotoblad F). Richels proefschrift luidde: Het kerkbegrip van Calvijn.Hierin nam hij o.a. duidelijk stelling tegenover hen die de Gereformeerde kerken liefst als de enig ware zagen (in elk geval als de meest zuivere). De duidelijk uiteengezette visie op de pluriformiteit der kerk heeft bij ons zoveel invloed gehad, dat het contact met andere kerken werd vergemakkelijkt.

Sinds 12 september 1943 stond hier ds. G.P. van Arkel, maar helaas mochten we nog niet een jaar hem in ons midden hebben, want 5 augustus 1944 kwam hij om bij een treinbeschieting bij Oldebroek op de Veluwe, een slag voor zijn jonge vrouw en voor ons. Toen kwam in september de Slag om Arnhem en dr. Richel kwam berooid uit Oosterbeek waar Duitse soldaten zijn pastorie bezetten en niet schroomden om boeken uit zijn rijkvoorziene bibliotheek op te stoken bij gebrek aan brandstof; zodoende hadden wij in die laatste beruchte hongermaanden een vertrouwd gezicht op de kansel en in de pastorie.

De beruchte scheuring van 1944 (vrijmaking naar art. 31 Kerken Orde) onder leiding van dr. K. Schilder is gelukkig aan onze gemeente voorbijgegaan; het is gebleven bij lange gesprekken bij een oliepitje of bij zelfopgewekte zwakstroom.

Vermeldenswaard zijn ook de bidstonden voor de nood der tijden, gehouden in onze kerk op de woensdagavonden door Hervormden en Gereformeerden, in de hongerwinter 1944-1945.

Alleen de voor de voedselvoorziening vitale bedrijven beschikten over elektriciteit, zodoende konden wij via een kabel vanaf de fabriek van firma Verburg onze kerk van stroom voorzien.

Men kan dit beschouwen als de eerste poging om gezamenlijk iets te organiseren, hoewel officieel het de ene week uitging van de Geref. Kerk en de week daarna van de Herv. Gemeenten Nrd-Scharwoude en Oudkarspel.

In wezen was het gezamenlijk, men kwam dan ook gezamenlijk naar deze samenkomsten.

Al met al was het een roerige en moeilijke tijd, maar doch ook boeiend en naarmate de oorlog vorderde een groeiende eenheid.

Evangelisatiepost Langereis

Reeds tijdens ds. Harrenstein was er sprake van evangelisatie aan de Langereis, uitgaande van de Geref. kerk van Nrd-Scharwoude. De eerste ons bekend die daar evangelisch werk deed was ene Ane Andringa, een lange man die zo hard kon lopen dat ds. Harrenstein eens tegen hem zei: "Ga jij maar lopen, dan zal ik proberen je op de fiets bij te houden!" In de jaren rondom 1930 was daar dhr. Post, die part-time werk deed, naast werk in de Zaanstreek. Ondertussen werd het werk daar gefinancierd door "de 5 kerken" te weten: Heerhugowaard, Broek op Langedijk, Sint Pancras, Kolhorn en Nrd-Scharwoude. Deze 5 kerken stelden 1 december 1941 candidaat C. v.d. Vaart aan als evangelist, hij bleef tot 1 maart 1944.

Na de oorlog in juli 1945 werd candidaat C. v.d. Boom beroepen als evangelisatiepredikant. Omdat we toen juist vacant waren in Nrd-Scharwoude kon hij de pastorie bewonen en ook veelvuldig voorgaan in onze diensten. Hij bleef precies een jaar, daarna heeft dhr. C. Sluis er gewerkt. terwijl hij tevens ouderling was in onze kerk en later preekconcent kreeg van de Classis..

Oktober 1956 kwam dhr. A.C. Koeman, de 5 kerken waren ondertussen uitgegroeid tot 8 kerken, de 3 kerken uit de Wieringermeer: Slootdorp, Middenmeer en Wieringerwerf hadden zich erbij aangesloten, de standplaats werd Kolhorn, waar dhr. Koeman in 1963 predikant werd.

Jarenlang zijn er kerkdiensten gehouden in een schuur bij de boerderij van firma Verburg aan de Langereis op zondagmiddag. Voorgangers kwamen uit de 5 kerken, of van elders, en uiteraard namen ook de evangelisten een flink deel voor hun rekening. Na de oorlog verhuisde men naar Nieuwe Niedorp, eerst in een vroeger naaischool-lokaal, later in een bovenzaaltje van Cafe Hees. Met Pinkster was er kermis in dat cafe en was kerkdienst houden onmogelijk, dan gebeurde het dat men achter de boerderij van dhr. Veldhoen een hagepreek hield. Na nog een poos samenkomsten in de consistorie van de nieuw gebouwde Hervormde Kerk van Nieuwe Niedorp, werd Kolhorn de centrale plaats.

Het orgel en de organisten

Voordat in 1911 tot aanschaf van een orgel werd besloten, was Arie Swager (oudoom van Tom Swager) voorzanger.

Omdat er geen organist beschikbaar was, heeft meester van der Kooy enige tijd het orgel bespeeld. Hij verkocht als agent van Boeijenga harmoniums en gaf ook muziekles. Een van zijn leerlingen van het eerste uur, Pieter Barten, werd met twee anderen (Jan de Geus en de heer de Koning) tot organist gebombardeerd. Pieter Barten (geb. 1900) was toen 12 of 13 jaar oud.

Het orgel had mechanische tractuur, 5 stemmen, 1 manuaal met aangehangen pedaal. De windvoorziening was d.m.v. een handpomp.

Na genoemd driemanschap van organisten, werd er orgel gespeeld door: Simon Barten, Dick Barten Sr., Jacob Jong, Henk Jong, G.C. Kleimeer, Dick Barten, Henk Kamminga, Martin Kamminga, Timon Nauta en tegenwoordig: Henny van der Kraats, Cor Ressler, Frans Seydell en Jan Jong.

In 1929 werd door de firma Spanjaard een tweedehands mechanisch orgel geleverd, 2 manualen, aangehangen pedaal. In 1942 werd dit orgel door Pels uitgebreid, electro-pneumatisch gemaakt en werd de speeltafel beneden neer gezet.

De organist, die de langste periode onze kerk als organist heeft gediend was Jacob Jong (bijna 40 jaar); hij was voorvechter van het rhytmisch zingen (1934) en de motor bij de uitbreiding van het orgel in de 40-er jaren. (zie fotoblad F)

In 1948 begon ik mijn loopbaan als organist in onze kerk, waarin ik tot 1968 regelmatig in de diensten het orgel heb bespeeld.

Kwaliteiten van de orgels, net als van de organisten waren van uiteenlopende aard; er was altijd leven in de brouwerij!

Dick Barten

De Kosters

In de notulen zijn weinig gegevens over kosters te vinden. Pas in 1899 wordt voor het eerst een koster genoemd, genaamd Weijland, die de pastorie kan huren voor f 1,25 per week. Die koster neemt ontslag op 22-12-1905, maar krijgt
loonsverhoging op 19-01-1906 en dus blijft hij.

Verdere kosters, die er geweest zijn: Biersteker, A. Meinema, C. Kramer, C. de Groot, C. Kramer,D. Mantel, H. Blom, D. Mantel, De Goede, M. Keveling, A. Leijen en in de kerk aan de Kerklaan: Piet Dijkstra en tegenwoordig Rein Wolfswinkel en Maurits Kool.

Het Archief

Vanaf het begin berustte het archief bij de scriba (secretaris). Gaandeweg werd de hoeveelheid correspondentie en notulen al groter, men ruimde een kast in achter de kerk in een der vertrekken en daar lag alles. Een scriba, die eens orde op zaken heeft gesteld was R. v.d. Ploeg. Toch bleek, toen K. Kool scriba werd dat de noodzaak om hier meer aandacht aan te besteden groot was.

Toen K. Kool zijn dienstjaren als ouderling erop had zitten bood hij aan de administratie te blijven bijhouden. Zeer secuur en accuraat heeft hij dit jaren gedaan. Samen met D. Barten Sr. hebben ze alle oude folianten geordend, opgeknapt en kon het ondergebracht worden in de archief kelder van het gemeentehuis. Daar ligt het nu, prachtig geordend en goed bewaard.

Toen wegens de leeftijd het voor dhr Kool te bezwaarlijk werd, is de administratie gegaan naar C. Willeboordse. Deze doet het nu met gebruik van de computer, de tijd staat niet stil, ook in de kerk niet.

De diakonie

Een belangrijk onderdeel van het kerkewerk is het diakonaat. Hoe het vroeger ging hebben we kunnen lezen, wat zal de taak der diakenen in moeilijke jaren als b.v. de crisistijd in de jaren 30 zwaar zijn geweest. Toch heeft men altijd het nodige kunnen doen, dank zij de offervaardigheid van de gemeente.

Toen er allerlei sociale wetten kwamen, eerst A.O.W. later A.W.W. en Algemene Bijstand Wet leek de taak der diakenen bijna afgelopen. Duidelijk is men toen gaan inzien dat er meer was dan alleen financiële hulp en ook dat de diakonale taak wereldwijd ligt.

Dankbaar kunnen we stellen dat de offervaardigheid voor het werelddiakonaat duidelijk groeit in onze gemeente. Toch mogen we onze eigen plaatselijke taak niet verwaarlozen en zal die in de nabije toekomst nog wel moeten groeien.

Enkele namen

Het is een hachelijke zaak om uit een tijdsverloop van 100 jaar de namen van enkele personen te noemen, die een grote rol hebben gespeeld in het wel en wee van onze kerk in die 100 jaar; het gevaar dat je bepaalde personen teveel naar voren schuift en anderen vergeet is groot.

Het respect en de dank die we verschuldigd zijn aan sommige niet weg te denken figuren in ons kerkelijk leven was naar het oordeel van onze werkgroep toch zo groot dat we het wagen over dit bezwaar heen te stappen.

Uit de oudste dokumenten komen direct al bepaalde namen duidelijk naar voren, met Pieter Barten voor Nrd-Scharwoude en Cornelis Bak voor Zd-Scharwoude als voormannen. De geschiedenis van onze kerk is zonder hen ondenkbaar.

Spoedig komen we dan tegen: Albert Barten, zoon van Pieter, ook in de politiek actief: Wethouder van Nrd-Scharwoude, Lid Provinciale Staten.

Ook zijn neef Gerrit Barten Kzn (Ome Gert!) is van grote betekenis geweest in en buiten de kerk, jaren voorzitter van de schoolvereniging, bestuurder op het maatschappelijk terrein.

Dan komen we tegen Jacob Jong Sr., vele jaren ouderling, scriba, preeklezer, als we zonder dominee zaten, waar heel goed naar te luisteren viel.

Ondertussen had Gijsbertus Gutter de plaats van zijn schoonvader Cornelis Bak in de kerkeraad overgenomen. Op 28-jarige leeftijd diaken, met 68 jaar voor de laatste keer ouderling, met maar weinige rustjaren.

Naast hem moet Roel v.d. Ploeg met name genoemd worden, die zeer veel heeft betekend voor onze gemeente, ouderling, scriba, predikantzoeker, archivaris!

De grote waarde van de laatste twee lag in hun vermogen om de vrede te bewaren en zonodig te herstellen.

Nog weer later hebben Dirk Barten Sr. en Joost Heeringa een grote inbreng geleverd op de kerk.

Reeds jong, in hun J.V. tijd in het oog lopend, zo zelfs dat Prof. K. Dijk uit Den Haag, jarenlang Bondsvoorzitter van de J.V. op G.G. (Gereformeerde Grondslag) eens de opmerking maakte:"Als die vrienden het woord vroegen, dan wist je dat ze wat te zeggen hadden.'' Onafscheidelijke vrienden, die van dezelfde basis uit, hetzelfde doel beoogden, maar vaak via verschillende wegen wilden gaan, wat tot enorme debatten kon leiden. Ouderlingen met bestuurlijke kracht tot in de Synode toe.

We zijn onvolledig, we beseffen het, u moet het ons maar niet kwalijk nemen, maar we moeten beseffen dat het Christus is, die zijn kerk leidt en daarbij gebruik heeft gemaakt van deze mensen.

De Klok

Een van de belangrijkste onderdelen van de kerk is de torenklok of zijn de torenklokken. Bij de bouw van de Gereformeerde kerk in 1904 zal er ook wel aan een klok gedacht zijn, maar er was geen geld voor.

Nu wij sinds 1976 onze diensten in de Ontmoetingskerk houden zijn wij er "compleet" mee! In de toren hangt een luidklok die 1176 kg weegt en het volgende opschrift draagt: 'Toor roof en bruut geweld ging de oude klok verloren. Ik doe zo het God behaagt slechts vredesklanken horen."

Deze klok hangt er sinds 1 april 1949 (die daarvoor was geroofd in de 2e Wereld oorlog voor oorlogsdoeleinden), maar op 23 mei 1976 kwam er tijdens het luiden een barst in, zodat deze op 6 april 1977 opnieuw hergoten werd door Eysberts te Asten.

Johan Dekker

Kindernevendienst

De kindernevendienst dateert uit vooriaar 1967, nadat Aart Glas in de rondvraag van de gemeenteavond 22-2-1967 hierover een vraag stelde. Hij kreeg groen licht om dit op touw te zetten, wat dan ook spoedig het geval was. De jaren dat we nog in de oude kerk samen kwamen gingen de kinderen voor de preek naar achter en waarschuwde de dienstdoende ouderling wanneer de kinderen voor de slotzang en zegen terug konden komen. Eerste leidsters waren Tinie Barten, Lia Slot, Aart Glas en Kees Gutter. Er werd gewerkt aan de hand van Kind en Zondag,. van een parallel lopen met de gewone kerkdienst wat het onderwerp betreft was nog geen sprake. Maar toch doet dit zijn intrede toen in 1972 ds. de Nooij vroeg om af te wijken van het rooster en men akkoord ging. In 1974 kwam er een wekelijkse regelmaat in de kindernevendienst (daarvoor was het elke 2 weken).

De eerste contacten met de Hervormde Zondagschoolleiding dateren ook uit die tijd, hoewel het in het begin stroef ging. Langzamerhand werden de contacten wat hechter en toen er meer gezamenlijke kerkdiensten kwamen, groeide het uit tot een eenheid.

Toen kwam ook de vraag op wat de naam zou moeten zijn, de keuze viel op:"Kinderdienst", een mooie naam, het duidt aan dat het echt een ''dienst" is. hoewel de ironie wil dat, nu er strak parallel de Bijbel wordt behandeld er echt sprake is van "nevendienst".

Het Samen op weg proces

Hoe begon het samen pp weg proces? In het begin was het geboren uit financiële nood. In het voorjaar van 1972 hadden de gereformeerden een structureel tekort van f 12.000,-- op de kerkelijke rekening en begroting. Ze vroegen aan de hervormden of zij bereid waren het kerkgebouw aan ons te verhuren. Zij waren hiertoe bereid en zou voorlopig op proef gaan. Maar halfweg dit jaar werd er een voorstel gedaan van Hervormde kant om het kerkgebouw helemaal aan de gereformeerden te verhuren. Toen stelden de gereformeerden voor om het gebouw te kopen.

Er werd toen geopperd: zijn er nog andere mogelijkheden? En toen kwam het idee: als we nu eens onze gebouwen bij elkaar voegden tot gezamenlijk eigendom en dan met elkaar een regeling troffen voor zo efficient mogelijk gebruik hiervan? En daar zeiden onze onze Hervormde broeders meteen ja op.

Met het verslag van deze besprekingen zijn we toen als commissie naar onze kerkeraad gegaan en deze heeft in overleg met de Commissie van Beheer besloten om een enquete te houden onder al onze gemeenteleden, waarin 2 vragen n.l.:

1 Bent u voor het kopen van het kerkgebouw van de Hervormde Gemeente? En welk bedrag hiervoor bent u bereid bij te dragen?

2 Bent u ervoor dat onze Gereformeerde kerk en de Hervormde Gemeente gezamenlijk eigenaar worden van hun gebouwen en een onderlinge regeling treffen voor het gebruik hiervan?

Het resultaat hiervan was dat een grote meerderheid zich uitsprak voor gezamenlijk eigendom en dat, veel te weinig financiele toezeggingen werden gedaan voor koop van het Hervormde kerkgebouw te overwegen.

Conclusie was alzo: op weg naar gezamenlijke eigendom!

Al spoedig bleek dat deze zou moeten omvatten: ons kerkgebouw met aangrenzend terrein van oude pastorie, dus niet de Anbouw en van Hervormde kant hun kerkgebouw te Nrd-Scharwoude met bijgebouwen en dus niet hun kerkgebouw te

Na beraad meende men dat de beste regeling hiertoe zou zijn het vormen van een Maatschaps-overeenkomst niet aansluitend Beheersreglement.

Nu kon dan eindelijk worden overgegaan tot verwezenlijking van de besloten plannen, n.l. verkoop van de grond waarop ons kerkgebouw stond en het aangrenzende terrein voorzover niet noodzakelijk voor een behoorlijke toegang tot de Anbouw.

Het te verkrijgen bedrag hieruit was n.l. nodig voor de restauratie van het interieur van het Hervormde kerkgebouw, waarvan we nu voortaan dus gezamenlijk eigenaar zijn. De kerk is in gezamenlijk eigendom en in gebruik bij de Gereformeerden en Hervormden. Het werd dus ook onze kerk! (zie fotoblad G1)

De gereformeerde kerk werd gesloopt in 1976.
De kerkhaan werd gegeven aan mevrouw van Arkel. die hem geschonken heeft aan het Catharijne Convent in Utrecht (het kerkelijk museum in Nederland).
De gebrandschilderde ramen die familie Verburg geschonken had, werden geplaatst in de Koogerkerk in Zuid-Scharwoude.
Over het orgel is niet veel meer bekend, het is naar Overijssel gegaan.

De aandachtswand

In de ontmoetingskerk kwamen dus interieur veranderingen, met name het liturgisch front werd veranderd.
Het werd ontworpen door de heer Dirkmaat en mevrouw Slot-Paarlberg.

Betekenis van de aandachtswand:

Het kruis als symbool van Geloof Het anker als symbool van Hoop Het hart als symbool van Liefde
Voorts zijn daaronder de symbolen van de 4 Evangelisten getekend.
Voor Mattheus het beeld van de Engel Voor Marcus het beeld van de Leeuw Voor Lucas het beeld van de Os Voor Johannes het beeld van de Arend
De lijnen die vanaf het kruis straalsgewijze naar boven lopen eindigen in een versiering die ontleend is aan de Pauw als symbool van de Opstanding.

Een visie op Samen Kerk

Door het financiële ongemak
Vonden we bij elkander onderdak.
Zo ontstonden dus kontakten,
Die ons zeker niet verzwakten.

De kerkdiensten waren nog ieder apart
En dat werkte zeer verward.
Nu wat samen gepraat en afgetast.
En zo werd de kerkdienst aan elkaar gepast.

In de gemeente ontstond een samenspraak.
Waar is het verschil tussen ons en waar is het raak?
Zo ook bij zondagsschool en nevendienst met kinderen.
Wat zou ons nog kunnen hinderen?

Het verschil van de kerk was volgens een kind
Wat het van zijn omgeving vindt.
Nu aldus nevendienst voor Gereformeerd
Zondagsschool Hervormd en was zeer vereerd.

Zo ontstond, wat uit de kindermond sprak
De kinderdienst samen onder één dak.
Wat met de catechisatie gedaan,
Medewerkers, daar kwam het op aan.

Ook konden we samen in de Jeugdkerk gaan,
Waar het komt op gedachten aan.
Zo komen ook de kerkeraden samen
Om over gezamenlijke dingen zich te beramen.

In de verschillende takken der kerk,
Is men zo gezamenlijk aan het werk.
Zo is er overleg in de diaconie
En krijgen we samen menig hobbeltje onder de knie.

Ook zending, evangelisatie, liturgie en noem maar op,
Gezamenlijk wordt gedaan, waar kan en het zegt niet stop.

Want tot onze vreugde hoorden wij Oudkarspel wil er nu ook bij.
Zo wordt hier en daar nog een hobbel genomen,
Maar we hebben allen een standpunt genomen.

Samen kerk in woord en geschrift
Wat we niet willen is gekift.
Zegen over ons werk is, wat we vragen
En daarbij moet God ons helpen alle dagen.

J. Jonkheer-Akkerboom

Vooruitzien bij Samen op Weg

Dat een hervormd predikant gevraagd wordt een bijdrage te leveren aan een gedenkboek t.g.v. het 100-jarig bestaan van een gereformeerde kerk is, waar beide kerkgenootschappen zich "in staat van hereniging" bevinden, misschien niet zo opmerkelijk.

Dat hij dat mag doen "met het oog op de toekomst", is een vreugdevolle zaak, want dat betekent dat die bijdrage er niet een is van iemand die aan de zijlijn meekijkt wat zich er binnen die gereformeerde kerk allemaal afspeelt, maar dat hij - en met hem heel de hervormde gemeente - deelnemer is geworden in de geschiedenis en in de toekomst van die gereformeerde kerk. En wie had dat 100 jaar geleden, of hij/zij nu volgeling was geworden van Abraham Kuyper of binnen de (negentiende-eeuwse liberale) hervormde kerk was gebleven, durven (en willen?) en kunnen hopen? Een bijdrage met het oog op de toekomst, met het oog op een mogelijke federatie tussen de jarige gereformeerde kerk van NrdScharwoude en de hervormde gemeente. De aanduiding van de plaats van de hervormde gemeente laat ik bewust nog even weg. Want dat is aan hervormde zijde het eerste punt waar helderheid over moet ontstaan.

De hervormde gemeente te N/Z-Scharwoude is onderdeel van de hervormde combinatie Geestmerambacht, waar ook de gemeenten Oudkarspel, Warmenhuizen en Harenkarspel deel van uitmaken. Onlangs zijn de kerkeraden van deze gemeenten het gesprek begonnen over de toekomst van de combinatie. En dat omdat duidelijk geworden is, dat er omstandigheden zijn, waardoor een voortbestaan van de hervormde combinatie in de huidige vorm niet vanzelfsprekend is. Een van die omstandigheden is zeker het voortgaande proces van Samen-op-weg. Niet alleen tussen de hervormde gemeente N/Z-Scharwoude en de gereformeerde kerk van Nrd-Scharwoude maar ook, zij het nog in minder vergevorderd stadium, in de andere gemeenten van de hervormde combinatie. Voordat er nu verdere stappen ondernomen kunnen worden in de richting van een federatie met de gereformeerde kerk van Nrd-Scharwoude moet helder zijn wie de hervormde partner in de federatie zal zijn. Is dat alleen de hervormde gemeente te N/ZScharwoude, is dat N/Z-Scharwoude samen met Oudkarspel of wordt de huidige hervormde combinatie Geestmerambacht tot een hervormde gemeente samengevoegd en zal die ene gemeente partner zijn in de federatie? Dat is een vraag, die onmiddellijk allerlei andere vragen oproept, die in de komende tijd beantwoord zullen moeten worden. Een proces dat, vanwege de ingrijpende beslissingen die daarbij in het geding zijn (de "eigen identiteit van de verschillende gemeenten, de kerkgebouwen e.d.) toch enige tijd vergt.

Wanneer er duidelijkheid over dit punt gekomen zal zijn, zullen de besprekingen over een mogelijke federatie met de gereformeerde kerk van Nrd-Scharwoude geintensiveerd kunnen worden. Je kunt niet alles tegelijk en er moet duidelijkheid over het een zijn, voordat je gefundeerd het andere kunt volbrengen. De stappen die dan genomen moeten worden om uiteindelijk tot een federatie te komen (en van de wil daartoe mogen toch uitgaan) liggen m.i. voor een groot deel op hetzelfde vlak als de vragen die thans in de hervormde combinatie aan de orde zijn: wat moeten we met welke kerkgebouwen, welke stappen moeten ondernomen worden om het diakonale werk van beide gemeenten zo samen te brengen dat daar een -eenheid wordt gevormd, hoe lossen we de kerkvoogdelijke vragen op, boe zetten we een kerkeraad nieuwe vorm op, wordt dat een grote onoverzichtelijke groep, of willen we in de richting van bepaalde werkgroepen (een werkgroep pastoraat, een werkgroep diaconaat, een vredeswerkgroep. een werkgroep, die zich verdiept in de liturgische mogelijkheden etc.).

Veelal schijnbaar alleen technische vragen.. waarover veel beraad nodig is, niet alleen maar om dat wat er is zo goed mogelijk samen te brengen, maar veel meer nog om juist nu waar ons bij uitstek de mogelijkheid geboden wordt. samen een nieuwe start te maken. samen een vernieuwing tot stand te brengen.

M.i. terecht wordt er met het oog op Samen-op-weg vaak de kreet "Kerkvernieuwing" gebruikt. Ik meen dat juist nu de mogelijkheid geboden wordt om dat meer te laten zijn dan een kreet alleen. En bij dat proces zullen zoveel mogelijk mensen moeten worden ingeschakeld, ouderen met hun verleden en ervaring, jongeren met hun vaak kritische visie op het doen en laten van de gemeente, ambtsdragers en ''gewone'' gemeenteleden. Bij dat alles, waarin we nog genoeg stof tot flinke meningsverschillen zullen aantreffen, laten we ook maar nuchter blijven. moet, nee dat schrijf ik verkeerd, mag de centrale vraag zijn hoe wij "samenstemmen in het geloof in Jezus Christus onze Heer". Wanneer we in alle oprechtheid die vraag als uitgangspunt nemen. heb ik er alle vertrouwen in.

N.J. Pronk

Vooruitzien bij Samen op Weg 2

Een proces, dat al vrij vroeg ingezet is in de oorlog., hoewel je de contacten tussen christenen in een duivelse tijd, niet voor het samen-op-weg-proces mag annexeren. 'Na de oorlog echter, is het proces stil gaan staan. Net zoals in het hele land er geen beweging was.

In 1975 is er, op zeer pijnlijke wijze, de weg vrijgemaakt naar een samen-op-weg-proces. Was het. aanvankelijk de bedoeling, samen de kerk te exploiteren, later ontdekte men lijnen, waarlangs de beide kerkgemeenschappen naar elkaar toe konden groeien. Dit groeiproces is voor een groot deel voltooid. De gezamenlijke diensten, het gezamenlijk jeugdwerk en alle andere commissies, het regelmatige contact op kerkeraadsniveau, dragen bij tot een wederzijds verstaan van elkaar. Toch zijn er wel een aantal problemen te overwinnen, zeker ook aan gereformeerde zijde.

Allereerst is er het verschil in kerkgevoel. Een situatie, die heel moeilijk te verwoorden is, maar die je in je slechte momenten doet verzuchten: die hervormden doen ook maar! Bij de gereformeerden bespeur je soms nog het gevoel van argwaan jegens de vrijzinnigheid, die hier 100 jaar geleden volop aanwezig was. Trouwens het verschil in de wijze waarop beide kerken landelijk georganiseerd zijn, zal daar ook wel mee te maken hebben.

Er werd mij gevraagd aan te geven, welke problemen er van gereformeerde zijde opgelost moeten worden. De problemen echter, die opgelost moeten worden niet zo zeer, gereformeerde of hervormde problemen, ze zijn voornamelijk van zakelijke aard: het beheer van de gebouwen en financiën, de kerken en de centen, kortweg gezegd. Dit zijn dus geen gereformeerde problemen te noemen, maar gezamenlijke. Maar in goed overleg, met oor naar elkaars argumenten zal hier zeker een oplossing gevonden worden.
Concluderend zou ik willen stellen dat de problemen niet zo zeer op geloofsgebied liggen, maar meer emotioneel en zakelijk. Verschillende organisatie van de beide kerken maakt een zakelijk samen gaan moeilijk, maar niet onoverkomelijk. Wanneer wij ons niet laten haasten, maar alle oplossingen rustig uit laten kristalliseren, geven wij elkaar ook de kans, het vertrouwen dat wij in elkaar hebben, uit te bouwen.

Rest mij nog een zorg: de wijken 9, 10 en 11. Dat zijn de gemeenteleden, die niet in Langedijk wonen. Wanneer in de dorpen N/Z-Scharwoude en Oudkarspel het samen-op-weg-proces voltooid gaat worden in het stichten van een reformatorische
kerkgemeenschap, zijn zij een onderdeel daarvan. Het gevaar echter lijkt mij dat de aandacht en het oor voor hen, in het enthousiasme verloren gaat.


R.S. van Dijk

Dit geschrift kwam tot stand in opdrachten van de Kerkeraad der Gereformeerde Kerk te Noord-Scharwoude ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van deze kerk, 5 februari 1988.

Alle gegevens en teksten -zijn afkomstig met betrekking tot het
verleden: uit het kerkelijk archief Gereformeerde Kerk N.S., uit het kerkelijk archief Ned-Hervormde Kerk Z.S.-N.S., uit de memoires van D. Barten, geb. 1905, uit de memoires van Jacob Jong, geb 1875, uit een preek van ds. Barten Pzn van 25 april 1976

Voorts uit interviews en opdrachten aan: Ds. van Dijk Ds. Pronk J. Dekker J. Jonkheer-Akkerboom D. Barten C. Gutter

Samenstelling: werkgroep 100 jaar: C. Gutter G. Gutter-Pluister A. Leijen C. Volbeda-Vijselaar H. Wagenaar B.C. Bouman M. J. Barten

Foto's: reproductie's: A. Oostenveld Lay-out fotobladen: Drukkerij de Nijverheid Lay-out tekst. typewerk: M.J. Barten Drukwerk: Bejo Zaden Drukker: Jaap Boots