PROTESTANTSE GEMEENTE
LANGEDIJK-NOORD.
Logo Protestantse Kerk in Nederland 
 
 

 

Allemanskerk gesch. - Allemanskerk beziensw. - Kerken N. Scharwoude - Onze Kerk 100 - School en Kerk - Ouderenzorg

 

Allemanskerk Geschiedenis

HISTORIE KERK OUDKARSPEL

Zo'n duizend jaar geleden bestond Oudkarspel al, het noordelijkste dorp van de Langedijk. Tussen Oudkarspel en Vroonen (dat nog ouder is) lag destijds een moerassig gebied vol meren en poelen, met her en der wat klein geboomte. De zee stroomde er af en toe binnen. Er werd duizend jaar geleden een 7.5 kilometer lange dijk gelegd tussen Vroonen en Oudkarspel. Of de dijk nu bedoeld was als waterkering of als stukje wegverbinding naar Schagen, daarover lopen de meningen uiteen. De dijk was in elk geval aanleiding voor meer mensen om zich in dit gebied te vestigen. Zo ontstond in het jaar 1063 het dorp Broek op Langedijk.

De rol van de Hollandse Graven

Waarschijnlijk heeft de graaf van Holland in de tiende of elfde eeuw de kerk van Schoorl gesticht, waarbij Oudkarspel hoorde. In de juridische kwestie wie zich eigenaar mocht noemen van de kerk van Schoorl en het recht had om een priester aan te stellen en de inkomsten op te strijken, hield de graaf krampachtig vast aan die rechten . De Hollandse graaf beschouwde zichzelf als de bezitter van de Schoorlse kerk. Pas toen met een juridisch foefje bisschop Willem I (1054-1076) kon aantonen dat de Hollandse heren "vanwege de voortdurende opstand tegen de wettige leenheer de keizer en de herhaalde gruwelijke oorlogen" hun rechten hadden verbeurd, viel alles toe aan de keizer die uit d dankbaarheid voor het scherpzinnig optreden van Willem I tegenover die eigengereide Hollandse heren alle kerken over aan de bisschop van Utrecht. Daar moet Schoorl ook bij geweest zijn want vanaf die tijd komt Schoorl voor in de bescheiden van het bisdom Utrecht.
Vanuit Schoorl werd de streek van Schoorlwalt (nu Langedijk) gekerstend: er werden kapellen gevestigd te Oudkarpel, Noord- en Zuid-Scharwoude.
Schoorlwalt behoorde tot het woongebied van de Westfriezen: het was van het Hollandse graafschap gescheiden door de stroom de Rekere. De graaf wilde graag invloed krijgen in Friesland en schakelde daarvoor zo te zien, evenals vroeger de Franken, het christendom in. Vooruitgeschoven christenposten konden bruggehoofden zijn voor een verovering van het Westfriese land.

De oorkonde

(voor de tekst van de oorkonde, klik hier)

In 1094 deed bisschop Conrad officieel afstand van zijn rechten op Schoorl en de bijkerken "tot hulpmiddel voor mijne ziele" en heeft deze "in bezit gegeeven aan den H. Joannes en deszelfs kanonniken te Utrecht om de vruchten daarvan tot behoef van hunne kleedinge te genieten." De opbrengsten van de kerkelijke goederen in Schoorl gingen dus naar het kapittel. Maar deze overeenkomst hield ook in dat de verantwoordelijkheid voor de zielzorg in handen werd gelegd van het kapittel.
De kerk van Broek op Langedijk komt in dit verhaal niet voor. Deze kerk werd waarschijnlijk later overgedragen aan het klooster van Egmond
Het dorp Vroonen is Sint-Pancras gaan heten, nadat Vroonen in 1297 totaal werd verwoest tijdens een opstand van West Friezen tegen hun graaf. Op de resten werd een kapel gebouwd, gewijd aan de heilige Sint Pancratius. In het jaar 1487 werd deze kapel een parochiekerk en het omliggende dorp werd Sint-Pancras.

De naam van de kerk van Oudkarspel
De kerk van Oudkarspel heette de Aldenkercha. Later in de Middeleeuwen kwam de kerk van Oudkarspel bekend te staan als de St. Maartenskerk, gewijd aan de heilige Martinus, bisschop van Tours. De officiële naam van de kerk luidt dan ook "St. Maartenskerk", maar hij is in de volksmond bekend als de Allemanskerk, omdat met hulp van alleman de kerk na de brand van 1969 weer uit de as herrezen is. In 1574 kwam de kerk in protestantse handen.

 

Duizend eilanden

De bewoners langs de "lange dijk" vonden hun bestaan in de veeteelt en landbouw. Zij veranderden het moeras in een vruchtbaar eilandenrijk door het graven van vaarsloten. Het opgegraven slib gebruikten zij om stukjes land op te hogen.

Het gebouw
Het eerste gebouw (de kapel) was waarschijnlijk van hout. Het allereerste stenen gebouw was grotendeels opgetrokken uit tufdrijfsteen en had een vierkante toren met spits.
De huidige toren is deels nog uit die tijd (12e eeuw). Dat is onder andere te zien aan de ronde romaanse bogen van ramen en portaal van de kerk. Het schip werd vernieuwd in de 14e eeuw en het koor werd rond 1500 bijgebouwd. Dit is goed aan de gotische ramen te zien met hun spitse bogen. Het huidige gebouw laat deze bouwgeschiedenis goed zien.

De Allemanskerk is korte tijd een stadskerk geweest. In hetjaar 1415 verleende Willem de Zesde, hertog van Beieren en beheerder van dit gebied, stadsrecht aan de vier dorpen van Langedijk. In 1426 raakten deze het stadsrecht weer kwijt, na een verloren strijd van Willems dochter Jacoba van Beieren tegen haar rivaal Philips van Bourgondië

Aan het begin van de 16e eeuw veranderde de economische basis van de plaatselijke gemeenschap. Voor meer over de situatie in de 15e en 16e eeuw, klik hier. Er was een verschuiving naar tuinbouw, na herhaaldelijk uitbreken van veepest met grote sterfte onder het vee. Veel onbenutte graseilanden werden omgezet in akkers. De producten gebied waren ondermeer uien, wortelen en rapen. Nieuwe gebieden werden in cultuur gebracht. De Kleimeer, nu een natuurgebied, werd in 1567 drooggemalen en de Diepsmeer in 1595. Van de vele molens die hier ooit voor de droogmaling zorgden, zijn er in Langedijk-Noord niet één overgebleven. Alleen straatnamen als de Molenkade herinneren er nog aan.

De toren had oorspronkelijk een spits, maar in 1621 is deze spits op de toren door blikseminslag verloren gegaan.

In 1638 werd de oude kerkklok van 1562 vervangen door een grotere klok, die een middellijn had van 1,36 meter en een gewicht van ongeveer 2000 kilogram.De huidige vervangt de oude klok die gebarsten was. Hij heeft een doorsnede van 129 cm. en een hoogte van circa 133 cm. De klok weegt 1600 kilo en is gemaakt van de oude klok uit 1638, door Petit en Fritsen te AarleRixel. Hij is daarbij voorzien van de oude inscripties:

INT JAER 1638 BEN ICK DOEN MAKEN ENDE TOT OUDCASPEL GEKOMEN VOOREERST HINDRICH JANS VADER EN WILLEM KORNELISEN BOUIS SIN MIN KERCKMEESTERS DOEN GEWEEST SOLI DEO GLORIA ASSUERUS KOSTER ME FECIT AMSTELERDAMI ANNO 1638. TOT OUT CARSPELS KERCK BEHOOR ICK ICK ROEP U TOT GODTS WOORT GELICK EN VERKONDIGE U DIE VRE BEQUAEM ENDE OOCK VREUCHDE U ANGENAEM EN OOCK DROEFHEIT IN STEDE WEEST HIERIN VERDULDICH MEDE".

 

Uit deze periode is ook de 17e eeuwse smeedijzeren kist die in de linker zijbeuk staat, een kist met sierbeslag, deels getordeerde hengsels, een sleutelschild in ruitvorm, met opengewerkte randen met voluten en bladwerk. De vlakken zijn beschilderd met bloemen, de banden met sierpatronen van zaagvormen.

 

Kerk en toren verkeerden in 1706 in slechte staat en de financiële toestand van de kerkelijke gemeente was zwak. Men kreeg wel toestemming van de Staten van Holland om de nodige herstellingen te doen, maar mét de bepaling dat gedurende twaalf jaar heffingen moesten worden gelegd op bier, wijn, tarwe, turf en andere producten om op die manier geld voor het onderhoud van de kerk te verkrijgen. In hetzelfde jaar is er een grote restauratie uitgevoerd, maar de spits is nooit vervangen.

Toen de twaalf jaren voorbij waren ontving de gemeente in 1718 een groot legaat van de overleden burgemeester van Oudkarspel, Reijer Adriaanszoon Groenveld (1647-1718). In het testament stond, dat het legaat bestemd was ten dienste van het Godshuis, afzonderlijk geadministreerd moest worden en dat het geërfde land nimmer mocht worden verkocht.

Tussen 1862 en 1870 heeft men een grote verbouwing van de kerk doorgevoerd. Voor meer over het probleem van de scheve toren en de resulterende restauratie, klik hier. De kerk kreeg een neo-gotisch pseudobasikaal schip. De toren was 42 meter hoog en had 4 transen eneen omloop en werd opnieuw voorzien van een spits. Reeds in 1896 werd de torenspits door bliksem getroffen, maar de schade werd hersteld.

Het orgel
Net als vele dorpskerken in Noordholland kreeg Oudkarspel pas laat in de 19e eeuw een orgel. In 1873/4 werd een 30-stemmig Adema-orgel geplaatst; één van de mooiste instrumenten uit de omgeving. Door de deur onder het orgel kon het koor van de kerk bereikt worden, dat was in gebruik als opslagruimte sinds de zijdelingse herinrichting van de kerk met banken geschaard rond een preekstoel aan één van de zuilen. Voor meer over de muziek in deze kerk, klik hier.

 

 

 

Het tegenwoordige orgel is gebouwd door Hubert Schreurs, Orgelbouwer te Amsterdam, op initiatief van Hendrik Timmerman, Organist te Oudkarspel. Het orgel heeft een frans karakter. De goede akoestiek in de kerk.en het bijzondere karakter van het orgel maken de kerk zeer geschikt voor musiceren.Klik hier om de dispositie van het nieuwe orgel te zien, en het kerkraam dat herinnert aan de brand. Klik hier om het oude orgel te zien. (voor de orgels van de Kooger Kerk, zie: de web-stite van de Stichting Kooger Kerk) (Voor de organisten, klik hier.)

Rechts naast het orgel zijn de overblijfselen van een put te zien. Voor de brand was er in het koor een put die zelfs bij grote droogte nog water gaf. Als deze ook opgedroogd was moest water uit de duinstreek gehaald worden. Bij de restauratie is de put niet hersteld. De belangrijke functie ervan behoorde tot het verleden.

 

Op de tafel in het koor ligt de bijbel die geschonken werd bij de ingebruikname van de nieuwe hervormde kerk in Noord-Scharwoude in 1934 na het afbranden door blikseminslag van de middeleeuwse kerk van Noord-Scharwoude. Voor meer over de 4 kerken die in Noord-Scharwoude de afgelopen eeuw in gebruik waren bij de Gereformeerden en Hervormden, klik hier.

 

Het torenuurwerk

In 1920 kreeg het torenuurwerk, dat oorspronkelijk alleen een uuraanwijzer had, een tweede wijzer.

De kerk vanOudkarspel was één van de mooiste kerken van de Langedijk tot op 9 juni 1969, tijdens loodgieterswerkzaamheden aan het dak, brand ontstond en de kerk in enkele uren in een troosteloze ruïne veranderde.
Met vereende krachten heeft men in 1970 een begin gemaakt met de wederopbouw van de kerk, die vanaf dat moment de huidige naam Allemanskerk zou dragen. Op 9 juni, om kwart over vier, precies een jaar nadat het vuur zijn verwoestende werk begon, sloeg burgemeester H.H. Zwart van Langedijk de eerste steigerklem. De restauratie werd uitgevoerd door bouwbedrijf Schakel uit Exmorra. De kerk werd teruggebracht in de situatie van vóór de 19e eeuwse verbouwing, zoals de kerk er uitzag op oude afbeeldingen.

 

 

De toren van de Allemanskerk in brand op 9 juni 1969.

 

 

De ramen in het koor.
Na de brand werd het koor weer in ere hersteld en werden er vier ramen geschonken door: De Noord-Hollandse Brandwaarborg Maatschappij (links), Houthandel Eecen (rechts), de orgelbouwers Adema-Schreurs en de Groenveldstichting.

 

 

 

 

 

 

 

 

Links het Schreurs raam ter herinnering aan het Adema orgel dat in vlammen opging, en het bouwen van het nieuwe (Adema)Schreurs orgel. Rechts het Groenveld raam dat herinnert aan de ondersteunende rol van de Groenveld Stichting die de nalatenschap van de 18e eeuwse burgemeester Groenveld beheert en de opbrengst ten goede doet komen aan de Allemanskerk.

Vóór de brand hing in de Allemanskerk een gedenkbord met de volgende tekst:

Wie 't schitterend goud / Verkeert in dof cement
Om daarmee God ter eere / Een bouval op te halen
Dien mag het nageslacht / dat stille deugd erkent
Wel met den lauwerkrans / Van eeuwgen dank betalen
Zo blijft dan Groenvelds naam / Op 't innigst saamgesnoerd
Aan deez verbouwde kerk

Na de herbouw werden er naast de gewonde zondagse diensten ook gebedsdiensten op de manier van Taizé in de Allemanskerk gehouden. Op de foto zijn de gebedskrukrukjes goed te zien.

De Allemanskerk is gemeenschappelijk eigendom van de Nederlands Hervormde Gemeente Langedijk-Noord en de Gereformeerde Kerk Noord-Scharwoude, gefedereerd als Samen op Weg gemeente Langedijk-Noord.

De Hervormde Gemeente Langedijk-Noord is een samenvoeging van de voormalige Hervormde gemeenten van Oudkarspel, Noord-Scharwoude en Zuid-Scharwoude.

In Noord-Scharwoude is de afgelopen honderd jaar gebruik gemaakt van vier kerkgebouwen.

In de in 2001 door Maartje en Dick Barten geschonken ramen wordt de verbondenheid met de niet meer bestaande of in gebruik zijnde kerkgebouwen in Noord-Scharwoude tot uitdrukking gebracht. Het ontwerp is van Ingeborg van Bleisem en de uitvoering was in handen van glazenier Jan Hoebe.

Voor meer informatie over het totstandkomen van de ramen, klik hier.

 

 

 

De Kooger Kerk in Zuid-Scharwoude is eigendom van de Nederlands Hervormde Gemeente maar wordt beheerd door de Stichting Kooger Kerk.
De Ontmoetingskerk in Noord-Scharwoude was sinds de 70er jaren van de twintigste eeuw gemeenschappelijk eigendom van deze kerkelijke gemeenschap, maar is verkocht.
Ook het zalencentrum De Anbouw is gemeenschappelijk eigendom van de SoW gemeente.

 

In 2002 werd nieuwe verlichting geschonken aan de kerk, in de vorm van klassieke kroonluchters. Deze verlenen de kerk een warmere uitstraling.

 

 

 

 


Er zijn plannen om de nevenruimten bij de Allemanskerk te verbouwen.

 

 

 

De voormalige bijgebouwen, met rechts net noch zichtbaar een gedeelte van de oude kosterswoning.

 

 

 

Het bijgebouw sinds 2003: Het Allemanshuis