PROTESTANTSE GEMEENTE
LANGEDIJK-NOORD.
Logo Protestantse Kerk in Nederland  
 
 

Protestants,
wat houdt dat in?

(informatie o.a. ontleend aan de brochure "Leren leven van de verwondering”, visie op het leven en werken van de kerk in haar geheel, van de Protestantse Kerk in Nederland, Utrecht 2005 (ook te vinden op www.pkn.nl).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Christelijk leven

Over de manier waarop protestantse christenen leven valt in zijn algemeenheid maar weinig te zeggen. Ieder mens is uniek en ieder is beperkt. Hoe christenen hun geloof in praktijk brengen is afhankelijk van persoonlijke eigenschappen, opvoeding, leefomstandigheden en cultuur. Het zal duidelijk zijn dat christenen in Zuid-Amerika hun geloof anders beleven dan de christenen in China of Nederland.

Veel christenen gaan regelmatig naar de kerk. Voor inspiratie, gebed, steun, ontmoeting, om te leren, te zingen of te vieren. Hoe het er in kerken toe gaat en wat mensen daar aan beleven is heel verschillend.

Protestantse christenen vieren kerkelijke feesten (Kerst, Pasen, Pinksteren), het avondmaal, en hoogtepunten in het leven. Ze staan ook stil bij dieptepunten. Of mensen dit met en in de kerk vieren en op welke wijze is weer heel verschillend.

Protestante christenen hebben een traditie van bidden, bezinnen en het gebruik van rituelen. Er zijn mensen en culturen die deze traditie sterk in ere houden. Bij anderen zijn veel van deze tradities in onbruik geraakt. Het komt ook voor dat oude rituelen en gebruiken in nieuwe vormen tot uiting komen.

Er was een tijd dat protestant zijn in Nederland betekende dat je je uitsluitend in de 'protestantse zuil' bewoog. Je ging naar een christelijke school, naar christelijke sportverenigingen of het christelijke ziekenhuis. Je stemde christelijk, las de christelijke krant, enz. Hoewel deze verzuiling inmiddels sterk is afgenomen is er m.n. in het onderwijs nog altijd sprake van een christelijke zuil. Is dit een teken dat de "typisch christelijke" sfeer nog altijd wordt herkend en gewaardeerd?

Christen zijn betekent voor velen ook het opkomen voor individuele en maatschappelijke rechtvaardigheid. Voor vrede, gerechtigheid en voor de heelheid van de schepping. Christenen zijn actief in vredesbewegingen (‘IKV’), organisaties voor sociale gerechtigheid en mensenrechten ('Amnesty International'), de milieubewegingen, de politiek, het vluchtelingenwerk of voor de 'derde wereld' in diverse organisaties ('Icco').

Bijbelse waarden
Evenals de overige christenen vinden protestanten de inspiratie voor hun gedrag op de eerste plaats in de Bijbel. In de boeken van de Bijbel staan waarden beschreven die belangrijk zijn voor een christelijk leven. Ook vinden prostestanten daarin richtlijnen en regels voor hun gedrag.

De allerbelangrijkste daarvan is de liefde tot God en tot de naasten. Op talloze plaatsen wordt dat benadrukt: het liefhebben van God en van de medemensen, vooral van medemensen in nood, is belangrijker dan het gebed, vasten, of het vervullen van de andere geboden. Daarom wordt het christendom wel eens gekenschetst als de godsdienst van de liefde.
De liefde tot de medemensen dient niet beperkt te blijven tot de eigen kring van familie en vrienden. In principe geldt ze alle mensen, ongeacht huidskleur, sekse, nationaliteit of godsdienst. Van God wordt gezegd, dat God van alle mensen houdt. Alle mensen zijn kinderen van God en dus zusters en broeders van elkaar. De hele mensheid wordt zo gezien als één grote familie. Liefde moet hier niet als een sentimenteel gevoel worden opgevat, maar als een streven om mensen tot hun recht te laten komen en betrouwbaar te zijn ten opzichte van andere mensen.

Dat de praktijk anders kan zijn dan de theorie, en dat protestanten ook wel handelen in strijd met de belangrijkste geboden uit de Bijbel, zal ook duidelijk zijn. Daarom worden ze ook telkens weer opgeroepen om een nieuw begin te maken.

Vanuit het belangrijkste gebod van de liefde worden vervolgens andere waarden die het leven richting geven benadrukt. Rechtvaardigheid en barmhartigheid worden vaak in één adem genoemd als van grote waarde voor het menselijk samenleven, evenals trouw. In de Bijbel worden dikwijls verhalen verteld waaruit blijkt hoe mensen liefdevol, rechtvaardig en barmhartig leefden. Voor christenen is daarbij het levensverhaal van Jezus van beslissende betekenis. Naast deze verhalen vinden we in de Bijbel concrete regels, geboden en verboden.

Tien geboden
De meest bekende van deze regels zijn de tien geboden, die ook wel de ‘Tien Woorden’ worden genoemd. Ze zijn te vinden in het Oude Testament. Het leven volgens die geboden wordt aan de mensen op het hart gedrukt als de weg naar een goed en vruchtbaar samenleven.
De nummering of afbakening van de Tien Woorden is bij joden, protestanten en rooms-katholieken verschillend. Ook de wijze van vertalen kan verschillen. De tekst van de tien geboden, zoals die in de vertaling van het Nederlands Bijbel Genootschap (1951) en in de nieuwste Bijbelvertaling (NBV) staat, luidt:

NBV

NBG 1951

Toen sprak God deze woorden: Toen sprak God al deze woorden:

‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.

Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.

Vereer naast mij geen andere goden.

Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde.

Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is.

Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten;

Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten,

maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.

en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.

Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan.

Gij zult de naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HERE zal niet onschuldig houden wie zijn naam ijdel gebruikt.

Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag.

Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt;

Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten,

zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen;

10 maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw vee, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen.

10 maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont.

11 Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte hij. Daarom heeft de HEER de sabbat gezegend en heilig verklaard.

11 Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die.

12 Toon eerbied voor uw vader en uw moeder. Dan wordt u gezegend met een lang leven in het land dat de HEER, uw God, u geven zal.

12 Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HERE, uw God, u geven zal.

13 Pleeg geen moord.

13 Gij zult niet doodslaan.

14 Pleeg geen overspel.

14 Gij zult niet echtbreken.

15 Steel niet.

15 Gij zult niet stelen.

16 Leg over een ander geen vals getuigenis af.

16 Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

17 Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.’

17 Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is.

 

De tien geboden zijn kort en bondig geformuleerde leefregels. Daardoor lijken ze glashelder. In de praktijk blijkt er echter veel discussie mogelijk over de toepassing ervan.
Eén zo'n grensgeval met betrekking tot het gebod ‘Gij zult niet doden’ is bijvoorbeeld een situatie van oorlog, een ander is de doodstraf.

Zoveel bijbelvertalingen er zijn, zijn er ook vertalingen van de tien geboden. Een bekende vertaling voor kinderen is te vinden in de 'Woord voor woord'-kinderbijbel van Karel Eykman.

1 Ik ben de Heer, jullie God. Ik heb jullie vrijgemaakt uit een onvrij land. Houd je dan ook aan je bevrijder. En zorg ervoor dat je vrij blijft van andere van andere goden.
2 Probeer mij niet uit te tekenen. Dat betekent ook dat je niet mag beweren dat je precies weet hoe God is en hoe Hij eruitziet.
3 Noem mijn naam niet bij dingen waar ik niet mee te maken wil hebben. Dat betekent dat je voorzichtig moet zijn met dat woord God.
4 Vier een dag in de week als mijn dag. Dat betekent dat het een vrije dag is.
Op zo'n dag moet je alle mensen die voor je werken, vrij geven.
5 Houd je vader en moeder in ere. Want als je dat niet doet, als je oudere mens en maar laat zitten dan zorg je er niet voor dat ze vrij kunnen zijn.
6 Sla niemand dood. Dat betekent ook dat je elkaar niet in de steek laat. God gaf
ons de kans om te leven. Dus mag je elkaar het leven niet onmogelijk maken.
7 Blijf trouw aan de mensen van wie je houdt. Dat betekent ook dat mensen zuinig moeten zijn op mensen die van elkaar houden. Als God een God is, die van de mensen houdt, moeten de mensen ervoor zorgen dat mensen van elkaar kunnen
houden.
8 Steel niet. Als de God die ons in de woestijn genoeg te vinden geeft om van te leven, onze God is, dan mag je niet voor jezelf inpikken wat van iedereen is.
9 Spreek niet vals. Dat betekent dat je nooit een ander mag verraden door hem
verdacht te maken. Als we God willen vertrouwen op zijn woord, maar we kunnen elkaar niet vertrouwen, dan worden we nooit vrij voor elkaar.
10 Wil niet altijd hetzelfde hebben wat bij een ander hoort. Dat betekent ook: je moet niet altijd zo willen zijn als een ander is.'

En toen Mozes deze tien gezegdes, die in de bijbel de tien geboden worden genoemd, allemaal had opgenoemd, zei hij: 'Het belangrijkste is dit: God heeft ons vrijgemaakt. Houd je aan die God. En dat betekent ook: Houd van de mensen.
De vraag is nu of jullie dit willen. Als jullie het niet willen, kan het niet.'
En toen zei het hele volk: 'Ja, hier willen wij aan meedoen.'
En dat is de eerste grote afspraak geworden tussen God en de mensen.