|
Protestanse
Gemeente
|
|
Kleuren in de eredienst
Christelijke
Symbolen: Het Kruis - Symbolische
Kleuren in de Eredienst -Symbolisch
Bloemschikken
Betekenis
Symbolen en Tekens - Oersymbolen
- Apostelen
en attributen - Heiligen
en attributen
In
de beeldende kunst - Het
Kerkgebouw - Kerkhofsymboliek
-
|
|
Het
kerkelijk jaar kun je verdelen in drie kringen: de kerstkring, de
paaskring en de zomer- en herfsttijd.
De paaskring was er in de Christelijke gemeente het eerst. De eerste
christenen vierden Pasen met de joden mee, die hadden een maankalender
en geen zonkalender. Daarom verandert de datum ook steeds, omdat
Pasen gevierd wordt op de eerste zondag na volle maan in de lente,
met 22 maart als vroegste datum en 25 april als laatste.
In de Paasnacht werden de doopkandidaten gedoopt. Daaraan vooraf
ging een tijd van veertig dagen, van bezinning op Jezus' leven en
sterven om als gedoopten Jezus Christus te kunnen verkondigen.
De kerk heeft deze tijd genoemd: lijdenstijd, tijd van boete en
inkeer of vastentijd, tijd van versobering, 40-dagentijd.
Veertigdagentijd (De zondagen worden niet meegeteld: zij houden
immers zicht op het feest). Uit de vroegste tijd van de kerk is
bekend dat er voorvastendagen waren op de zeventigste, zestigste
en vijftigste dag voor Pasen. De veertigste na Pasen is de hemelvaartsdag,
de vijftigste dag de 1e pinksterdag. Op deze laatste dag wordt de
paaskring afgesloten en gaan we op weg in zomer- en herfsttijd om
op 1e Advent de geboorte van Gods liefde in ons opnieuw te verwachten
en de zondagen na kerstmis de aandacht aan zijn verschijnen
(Epifanie) te vestigen.
|
|
|
|
|
|
Groen: de kleur van hoop, groei, toekomst, het
goede leven. Groen drukt verwachting uit: 'Eens komt de grote zomer'.
De kleur wordt gebruikt vanaf de eerste zondag na Epifanie tot aswoensdag
(het begin van de veertigdagentijd) en vanaf de eerste zondag na Pinksteren
tot Advent.
|
|
|
Rood: de kleur van vuur, verwijzend naar de
Heilige Geest. De kleur wordt gebruikt op het Pinksterfeest en bij
vieringen waar de Geest centraal staat. Rood is ook de kleur van de
martelaren (als eerste Stefanus, de eerste martelaar, wiens feest
op 26 december valt - daarom is de kleur van 2e kerstdag rood: het
feest van Stefanus was er eerder dat het Kerstfeest!).
|
|
|
Wit is de oudste kleur in de kerk. In de Romeinse
cultuur was wit feestelijk. Bovendien is wit een bijbelse kleur (Volgens
Openbaring 7,9 dragen de deelnemers aan de hemelse eredienst witte
gewaden - zie ook Openbaringen 3,4). De nieuw gedoopten werden bekleed
met witte gewaden. Als herinnering daaraan kennen wij nog de witte
doopjurk of het "witte kleed" dat een nieuw gedoopte omgeslagen
krijgt. Wit staat voor feestkleur kleur van zuiverheid en licht, gebruikt
op de feesten die te maken hebben met nieuwheid, bevrijding, verrijzenis
en eeuwig leven: Pasen, Kerstfeest, Witte Donderdag en 1e zondag na
Pinksteren.
|
|
|
Paars (purper) was in de oudheid zeer kostbaar,
het werd gemaakt van purperslakken die voor de kust van Fenici? gevonden
werden. De stof was voorbehouden aan keizers en bisschoppen. Het werd
niet gebruikt als kleur voor de Tafel. Pas toen paars gemakkelijker
te bereiden was uit andere natuurlijke grondstoffen (een donker paars)
kon het als liturgische kleur geproduceerd worden. De associatie van
purper met de keizer was toen al verdwenen.
|
|
|
Roze: Het paars licht op tot roze. Sinds Trente
is er als laat gebruik, plaatselijk, roze bijgekomen voor de 3e zondag
van de advent en de 4e zondag van de 40dagentijd, omdat die zondagen
als "bijna Kerstmis" en "half vasten" of "klein
Pasen" een ingehouden feestelijk karakter hadden.
|
In de vroeg-christelijke
kerk was de kleding de maatschappelijk gebruikelijke kleding. Met name
de welgestelde Romeinse burger droeg witte kleding. In de bijbel is wit
een feestkleur en de kleur van de reinheid. Daarom worden witte gewaden
als gebedsmantels gebruikt. Op afbeeldingen uit de Oude Kerk zien we dat
de voorgangers witte kleding dragen. Toen de kerk maatschappelijk aanvaard
werd en aanzien kreeg kwam er meer kleur en ritueel, vooral op feestdagen.
Daardoor werd een feestdag extra herkenbaar. Paus Innocentius III gaf
rond 1200 regels voor het gebruik van kleuren in de eredienst: wit voor
de feestdagen, rood voor de martelaarsdagen, zwart voor de boetedagen
en groen voor de dagen die over bleven. Tot in de 15e eeuw bleef er veel
vrijheid en waren er verschillende tradities. De kostbaarheid van het
materiaal lijkt toen belangrijker dan de kleur. Het concilie van Trente,
in de 16e eeuw, luidde een grote hervorming en centralisering in de Rooms
Katholieke Kerk in, als antwoord op de roep om hervorming van de reformatoren.
Dit concilie heeft onder meer orde aangebracht in de liturgische kleuren.
Het Missale Romanum van 1570 geeft 5 kleuren, namelijk wit, rood, groen,
paars en zwart. Voor iedere tijd van het jaar, voor iedere zon- en feestdag,
en voor iedere heiligendag werd de kleur toen vastgelegd.
In de Reformatie werd alles vergeestelijkt. Versiering (kleur, kleed en
beeld) leidde alleen maar af en werd afgeschafd. Dit gold niet voor alle
kerken van de Reformatie. De Lutherse en de Anglicaanse kerk kenden wel
kleuren. In de 20e eeuw komt er onder invloed van de liturgische beweging
weer belangstelling voor kleuren en symbolen in de kerken van de Reformatie.
Bij de protestanten
De liturgische beweging in de protestantse kerken heeft de liturgische
kleuren vrijwel ongewijzigd overgenomen, met uitzondering van het zwart
dat al in onbruik raakte. Het nieuwe Dienstboek van de SoW-kerken, dat
in 1998 verscheen, toont een poging als kerken van de reformatie zelfstandig
met liturgische kleuren om te gaan. Zo is in het Dienstboek opgenomen
dat de kleur van Hervormingsdag rood moet zijn, ongetwijfeld vanwege de
vele martelaren voor de reformatie.
Kleuren van bijzondere gelegenheden
- uitvaartdienst: paars of wit
- bevestiging van een huwelijk: rood (de Geest)of wit (feest)
- bevestiging van ambtsdragers: rood (de Geest)
- openbare belijdenis: rood (de Geest), wit (feest)
- ingebruikname kerkgebouw: de kleur van de tijd van het kerkelijk jaar
of rood
|